Ontslagrecht is het waard om voor te vechten
Na participatietop toch voorstellen kabinet
Op de participatietop, enkele weken geleden, was het een non-onderwerp: hervorming van het ontslagrecht. De werkgeversverenigingen vinden het een zeer belangrijk onderwerp, de vakbeweging wil er het liefst niet over praten. Vorige week kwam het kabinet met een voorstel voor hervorming van het ontslagrecht dat vooral aan de wensen van de werkgevers lijkt te voldoen.
Huidige situatie
Er zijn op dit moment in Nederland 3 manieren waarop werkgevers werknemers kunnen ontslaan. Ten eerste kan een medewerker op staande voet worden ontslagen. Hiervoor moeten er echter zwaar wegende argumenten zijn, zoals geweld op de werkvloer of op heterdaad betrappen van diefstal. Ten tweede kan een ontslagvergunning worden aangevraagd bij het CWI. Hierbij wordt de positie van de onderneming en die van de medewerker(s) bekeken en wordt al dan niet een vergunning gegeven. Indien een vergunning wordt afgegeven, dan kost dat de werkgever meestal niets. Echter, het is niet zeker om er een vergunning verkregen wordt (vaak wordt de werkgever opgedragen eerst iets aan (her)scholing, opleidingen en herplaatsing te doen) en het traject kan lang duren: onzekerheid voor medewerker en werkgever.
In de derde situatie kan ontslag worden aangevraagd bij de kantonrechter: hierbij ligt de duur van de procedure redelijk vast (meestal is de medewerker binnen 2 maanden ontslagen) en wordt ontslag vaak verleend als daarvoor goede redenen kunnen worden aangegeven: niet functioneren van de medewerker (opbouw van een dossier noodzakelijk) en economische overwegingen. In dergelijke situaties moet de werkgever echter wel een vergoeding betalen, volgens de kantorechtersformule. Zie hiervoor bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/Kantonrechtersformule.
Ontslaan is niet moeilijk in Nederland, wel duur
Met name voor medewerkers die boven de 40 zijn en langere tijd in dienst, kan de kantonrechtersformule duur uitpakken (meerdere jaarsalarissen, vooral als de medewerker weinig te verwijten valt). Werkgevers klagen vaak dat ontslaan in Nederland moeilijk is, maar dat is niet juist: ontslaan via de kantonrechter is best gemakkelijk. Het is wel duur. En daartegen lopen de werkgevers te hoop. Zij willen graag dat de overheid beperkingen stelt aan de hoogte van de vergoeding bij ontslag via de kantonrechter.
Ontslagbescherming belangrijk voor goede arbeidsverhoudingen
Ontslagbescherming is een belangrijke verworvenheid. Een medewerker die vele jaren zijn uiterste best heeft gedaan voor zijn bedrijf, en op wat oudere leeftijd iets minder productief wordt, mag niet zo maar door de werkgever op straat worden gezet voor een jonge medewerker die minder verdient, nog carriere moet maken en ook goedkoper is mbt het pensioen. Trouw van de medewerker mag best leiden tot enige baanzekerheid. Door een barriere op te werpen kijken werkgevers eerder hoe zij van een ervaren kracht langer gebruik kunnen maken, dan dat zij personeel gebruiken als een eenvoudig vervangbare productiefactor. Dat sommige werkgevers daartoe bereid zijn, blijkt wel in de supermarktsector waar vakkenvullers van 21 al worden vervangen door 16-jarigen, omdat die goedkoper zijn. Omdat een medewerker met ervaring niet elke dag hoeft te vrezen voor zijn baan, ontstaat ook trouw naar de werkgever en het bedrijf toe en voelt niet elke medewerker zich een uitzendkracht (niets te min gesproken over uitzendkrachten overigens!).
Werkgevers geven ook aan dat zij het moeilijk vinden om niet-functionerend personeel te ontslaan. Echter, goede dossiervorming van het niet-functioneren, werkelijk proberen om er samen iets van te maken en een consequent uitgevoerd personeelsbeleid richting niet-functionerende medewerkers kan er voor zorgen dat de correctiefactor laag uitvalt en de vergoeding in die gevallen laag kan uitvallen. En als iemand echt niet goed functioneert, is betalen va een vergoeding nog altijd beter dan langdurig iemand in het bedrijf hebben die de zaak voor de onderneming en zijn/haar collega's verziekt.
Maximering van de ontslagvergoeding
Enige maximering van de ontslagvergoeding past echter bij het huidige tijdsgewricht. Te vaak komt het voor dat mensen die nog best kunnen werken, maar vanwege reorganisaties bij goedlopende bedrijven toch ontslagen worden met een vorstelijke vergoeding. Een academicus met kennis en ervaring van 53 jaar en een maandsalaris van 5.000 euro kan soms 300.000 euro meekrijgen als aanvulling op de WW. Daarmee wordt het erg verleidelijk om niet meer te gaan werken, en wordt iemand die nog ruime tijd toegevoegde waarde voor Nederland kan hebben, te gemakkelijk buiten het arbeidsproces geplaatst. En dat is iets dat het kabinet niet wil: er moeten zoveel mogelijk mensen blijven werken.
Echter, maximering van de ontslagvergoeding tot 100.000 euro (zoals het voorstel nu ligt) zal hier niet al te veel aan doen en legt de lasten wel erg eenzijdig bij de werknemer. Immers, bedrijven zijn nu al bereid in bepaalde gevallen vrijwillig 300.000 euro mee te geven, als zij maar 100.000 euro hoeven te betalen wordt de overweging om mensen boven de 50 te ontslaan alleen maar gemakkelijker. En of daarmee de arbeidsparticipatie van ouderen wordt verhoogd, is maar de vraag.
Gemakkelijker ontslaan betekent gemakkelijker aannemen?
Een belangrijk argument voor hervorming van het ontslagrecht is dat werkgevers eenvoudiger mensen zouden aannemen als zij gemakkelijker mensen kunnen ontslaan. Dit zal zeker zo zijn voor kleine werkgevers, maar juist die werkgevers hebben het minste te vrezen van hoge ontslagvergoedingen: via het CWI zullen zij meestal sneller (vanwege hun kleine omvang is er vaak weinig te herscholen of herplaatsen) en goedkoper van medewerkers afkunnen. Voor de kleine werkgevers is het aannemen van mensen eerder koudwatervrees dan een echt probleem. Grote ondernemingen wordt het echter goedkoper gemaakt van (oudere) werknemers af te komen en dat lijkt me toch niet het doel van een centrumlinks kabinet.
Voorspelling (15 juli 2007):
Het voorstel van het kabinet voor wijziging van het ontslagrecht zal op grote tegenstand in de samenleving leiden. Vooral omdat de argumentatie voor het huidige voorstel niet deugt, en te veel in het voordeel van grote ondernemingen is, zullen de vakbonden en de linkse politieke partijen te hoop lopen tegen dit voorstel. Het zou voor de PvdA zelfs wel een breekpunt kunnen worden om te voorkomen dat ze door de SP geheel overvleugeld wordt. Wijziging van het ontslagrecht in de vorm zoals nu voorgesteld, zal het in 2007 en 2008 niet halen in het parlement.
Op de participatietop, enkele weken geleden, was het een non-onderwerp: hervorming van het ontslagrecht. De werkgeversverenigingen vinden het een zeer belangrijk onderwerp, de vakbeweging wil er het liefst niet over praten. Vorige week kwam het kabinet met een voorstel voor hervorming van het ontslagrecht dat vooral aan de wensen van de werkgevers lijkt te voldoen.
Huidige situatie
Er zijn op dit moment in Nederland 3 manieren waarop werkgevers werknemers kunnen ontslaan. Ten eerste kan een medewerker op staande voet worden ontslagen. Hiervoor moeten er echter zwaar wegende argumenten zijn, zoals geweld op de werkvloer of op heterdaad betrappen van diefstal. Ten tweede kan een ontslagvergunning worden aangevraagd bij het CWI. Hierbij wordt de positie van de onderneming en die van de medewerker(s) bekeken en wordt al dan niet een vergunning gegeven. Indien een vergunning wordt afgegeven, dan kost dat de werkgever meestal niets. Echter, het is niet zeker om er een vergunning verkregen wordt (vaak wordt de werkgever opgedragen eerst iets aan (her)scholing, opleidingen en herplaatsing te doen) en het traject kan lang duren: onzekerheid voor medewerker en werkgever.
In de derde situatie kan ontslag worden aangevraagd bij de kantonrechter: hierbij ligt de duur van de procedure redelijk vast (meestal is de medewerker binnen 2 maanden ontslagen) en wordt ontslag vaak verleend als daarvoor goede redenen kunnen worden aangegeven: niet functioneren van de medewerker (opbouw van een dossier noodzakelijk) en economische overwegingen. In dergelijke situaties moet de werkgever echter wel een vergoeding betalen, volgens de kantorechtersformule. Zie hiervoor bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/Kantonrechtersformule.
Ontslaan is niet moeilijk in Nederland, wel duur
Met name voor medewerkers die boven de 40 zijn en langere tijd in dienst, kan de kantonrechtersformule duur uitpakken (meerdere jaarsalarissen, vooral als de medewerker weinig te verwijten valt). Werkgevers klagen vaak dat ontslaan in Nederland moeilijk is, maar dat is niet juist: ontslaan via de kantonrechter is best gemakkelijk. Het is wel duur. En daartegen lopen de werkgevers te hoop. Zij willen graag dat de overheid beperkingen stelt aan de hoogte van de vergoeding bij ontslag via de kantonrechter.
Ontslagbescherming belangrijk voor goede arbeidsverhoudingen
Ontslagbescherming is een belangrijke verworvenheid. Een medewerker die vele jaren zijn uiterste best heeft gedaan voor zijn bedrijf, en op wat oudere leeftijd iets minder productief wordt, mag niet zo maar door de werkgever op straat worden gezet voor een jonge medewerker die minder verdient, nog carriere moet maken en ook goedkoper is mbt het pensioen. Trouw van de medewerker mag best leiden tot enige baanzekerheid. Door een barriere op te werpen kijken werkgevers eerder hoe zij van een ervaren kracht langer gebruik kunnen maken, dan dat zij personeel gebruiken als een eenvoudig vervangbare productiefactor. Dat sommige werkgevers daartoe bereid zijn, blijkt wel in de supermarktsector waar vakkenvullers van 21 al worden vervangen door 16-jarigen, omdat die goedkoper zijn. Omdat een medewerker met ervaring niet elke dag hoeft te vrezen voor zijn baan, ontstaat ook trouw naar de werkgever en het bedrijf toe en voelt niet elke medewerker zich een uitzendkracht (niets te min gesproken over uitzendkrachten overigens!).
Werkgevers geven ook aan dat zij het moeilijk vinden om niet-functionerend personeel te ontslaan. Echter, goede dossiervorming van het niet-functioneren, werkelijk proberen om er samen iets van te maken en een consequent uitgevoerd personeelsbeleid richting niet-functionerende medewerkers kan er voor zorgen dat de correctiefactor laag uitvalt en de vergoeding in die gevallen laag kan uitvallen. En als iemand echt niet goed functioneert, is betalen va een vergoeding nog altijd beter dan langdurig iemand in het bedrijf hebben die de zaak voor de onderneming en zijn/haar collega's verziekt.
Maximering van de ontslagvergoeding
Enige maximering van de ontslagvergoeding past echter bij het huidige tijdsgewricht. Te vaak komt het voor dat mensen die nog best kunnen werken, maar vanwege reorganisaties bij goedlopende bedrijven toch ontslagen worden met een vorstelijke vergoeding. Een academicus met kennis en ervaring van 53 jaar en een maandsalaris van 5.000 euro kan soms 300.000 euro meekrijgen als aanvulling op de WW. Daarmee wordt het erg verleidelijk om niet meer te gaan werken, en wordt iemand die nog ruime tijd toegevoegde waarde voor Nederland kan hebben, te gemakkelijk buiten het arbeidsproces geplaatst. En dat is iets dat het kabinet niet wil: er moeten zoveel mogelijk mensen blijven werken.
Echter, maximering van de ontslagvergoeding tot 100.000 euro (zoals het voorstel nu ligt) zal hier niet al te veel aan doen en legt de lasten wel erg eenzijdig bij de werknemer. Immers, bedrijven zijn nu al bereid in bepaalde gevallen vrijwillig 300.000 euro mee te geven, als zij maar 100.000 euro hoeven te betalen wordt de overweging om mensen boven de 50 te ontslaan alleen maar gemakkelijker. En of daarmee de arbeidsparticipatie van ouderen wordt verhoogd, is maar de vraag.
Gemakkelijker ontslaan betekent gemakkelijker aannemen?
Een belangrijk argument voor hervorming van het ontslagrecht is dat werkgevers eenvoudiger mensen zouden aannemen als zij gemakkelijker mensen kunnen ontslaan. Dit zal zeker zo zijn voor kleine werkgevers, maar juist die werkgevers hebben het minste te vrezen van hoge ontslagvergoedingen: via het CWI zullen zij meestal sneller (vanwege hun kleine omvang is er vaak weinig te herscholen of herplaatsen) en goedkoper van medewerkers afkunnen. Voor de kleine werkgevers is het aannemen van mensen eerder koudwatervrees dan een echt probleem. Grote ondernemingen wordt het echter goedkoper gemaakt van (oudere) werknemers af te komen en dat lijkt me toch niet het doel van een centrumlinks kabinet.
Voorspelling (15 juli 2007):
Het voorstel van het kabinet voor wijziging van het ontslagrecht zal op grote tegenstand in de samenleving leiden. Vooral omdat de argumentatie voor het huidige voorstel niet deugt, en te veel in het voordeel van grote ondernemingen is, zullen de vakbonden en de linkse politieke partijen te hoop lopen tegen dit voorstel. Het zou voor de PvdA zelfs wel een breekpunt kunnen worden om te voorkomen dat ze door de SP geheel overvleugeld wordt. Wijziging van het ontslagrecht in de vorm zoals nu voorgesteld, zal het in 2007 en 2008 niet halen in het parlement.
Labels: ontslagrecht

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home