Behoedzaam of realistisch scenario
Schatten van de economische groei
Bij de totstandkoming van het vandaag gepresenteerde regeeraccoord ("samen werken, samen leven") spelen de financiele consequenties van het te voeren beleid een belangrijke rol. De inkomsten en uitgaven worden tegen elkaar afgezet en op basis daarvan kunnen de partijen bepalen hoeveel bestedingsruimte er is.
De verwachting voor de economische groei voor de komende jaren is daarin belangrijk. Immers, naast de inflatie zorgt de economische groei van het bruto binnenlands product (BBP; alles wat we in Nederland maken, aan diensten leveren en verkopen) er voor dat er meer belastinggeld binnenkomt.
Een commissie van ambtenaren, met hulp van het centraal plan bureau, stellen 3 scenario's vast voor de economische groei. Deze worden wel het behoedzame, realistische en optimistische scenario genoemd. Voor de periode 2008-2012 hebben deze economen vastgesteld dat voor een behoedzaam scenario van een groei van 1,75% en bij het realistische scenario van een groei van 2% mag worden uitgegaan.
Zalm voorstander van behoedzaam scenario
Demissionair minister van Financien Zalm (die zeker niet zal terugkeren als minister van Financien in kabinet Balkenende IV, omdat zijn VVD daaraan niet deelneemt) heeft in de paarse kabinetten en onder Balkendende II en III (tijdens Balkende I was Zalm fractievoorzitter van de VVD en Hans Hoogervorst minister van Financien) ging men telkens uit van het behoedzame scenario. Behalve dat dit voorzichtig klinkt en van goed koopmanschap lijkt uit te gaan, betekent dit ook dat er meer ruimte wordt gecreeerd voor meevallers en dat er naar verhouding weinig tegenvallers zullen zijn gedurende een vierjaarsperiode van een kabinet.
Daarnaast levert het electoraal voordeel op: de minister van Financien kan zich presenteren als de man met de hand op de knip die de overheidsfinancien onder controle houdt. Daarnaast biedt de gecreeerde ruimte voor meevallers de mogelijkheid om in het laatste jaar van het kabinet leuke dingen te doen voor de kiezer. Met name de belastingherziening in 2001 (aan het einde van Paars) en de "feestbegroting" van afgelopen september voor 2007 zijn daar voorbeelden van.
Gevolgen van een realistisch scenario
De gevolgen van het aannemen van een realistisch scenario, zoals Balkenende IV doet, levert vooraf meer financiele ruimte op. Een verschil van 0,25% klinkt niet veel, maar vier jaar lang is dat 1% en op een economie van meer dan 500 miljard euro is dat toch 5 miljard meer BBP. Met een belastingdruk van ongeveer 50% (alle belasting bij elkaar, inclusief BTW) betekent dat toch al gauw dat er in 2011 2 miljard meer uitgegeven kan worden dan bij het behoedzame scenario.
Dit zorgt er dus voor dat er nu meer mooie plannen gemaakt kunnen worden, maar dat de kans op meevallers kleiner wordt. Er kan dan ook meer discussie plaats gaan vinden in het kabinet in het geval van tegenvallers, en het valt nog te bezien hoe zuinig Wouter Bos zal zijn als minister van Financien.
Echter, de begroting gaat ook uit van een overschot van 1% op de begroting (meer dan 5 miljard euro dus) in het laatste jaar van het kabinet. Dat lijkt ook verstandig, gezien de kosten van de vergrijzing. Het geeft echter wel een buffer, en aangezien het voorspellen van economische groei 1 jaar vooruit al moeilijk is, is het voor 4 jaar nog veel hachelijker.
Komt het goed?
Het verschil tussen het behoedzame en realistische scenario voor de economische groei is klein. Het valt zeker binnen de foutmarge voor dergelijke voorspellingen. Gezien de stand van de economie in 2007, met afnemende werkloosheid en goede groeivooruitzichten, kan het misschien nog wel meevallen.
Tevens heeft Bos vast van Zalm geleerd. Ondanks de feestjes in 2001 en 2006, heeft dit beide keren voor de VVD niet het gewenste resultaat gehad. In de opvolgende verkiezingen verloor de VVD telkens fors. Misschien een goede reden voor Bos en de PvdA om het dit keer op een ander scenario aan te laten komen.
Voorspelling (7 februari 2007):
De foutmarges in voorspellingen zijn zo groot dat het achteraf niet veel uitmaakt of er sprake zal zijn van 1,75% of 2% groei per jaar in de periode 2008-2012. Gezien de zorgen over de vergrijzing zal kabinet Balkenende IV in elk jaar van die periode in elk scenario (anders dan grote oorlogen of ineenstorting van de internationale handels- en rechtsorde) een overschot op de begroting laten zien.
PS. Gezien verhuizingen heeft u de afgelopen maanden het Financieel Weekblad moeten missen. Vanaf heden verschijnen er weer regelmatig artikelen.
Bij de totstandkoming van het vandaag gepresenteerde regeeraccoord ("samen werken, samen leven") spelen de financiele consequenties van het te voeren beleid een belangrijke rol. De inkomsten en uitgaven worden tegen elkaar afgezet en op basis daarvan kunnen de partijen bepalen hoeveel bestedingsruimte er is.
De verwachting voor de economische groei voor de komende jaren is daarin belangrijk. Immers, naast de inflatie zorgt de economische groei van het bruto binnenlands product (BBP; alles wat we in Nederland maken, aan diensten leveren en verkopen) er voor dat er meer belastinggeld binnenkomt.
Een commissie van ambtenaren, met hulp van het centraal plan bureau, stellen 3 scenario's vast voor de economische groei. Deze worden wel het behoedzame, realistische en optimistische scenario genoemd. Voor de periode 2008-2012 hebben deze economen vastgesteld dat voor een behoedzaam scenario van een groei van 1,75% en bij het realistische scenario van een groei van 2% mag worden uitgegaan.
Zalm voorstander van behoedzaam scenario
Demissionair minister van Financien Zalm (die zeker niet zal terugkeren als minister van Financien in kabinet Balkenende IV, omdat zijn VVD daaraan niet deelneemt) heeft in de paarse kabinetten en onder Balkendende II en III (tijdens Balkende I was Zalm fractievoorzitter van de VVD en Hans Hoogervorst minister van Financien) ging men telkens uit van het behoedzame scenario. Behalve dat dit voorzichtig klinkt en van goed koopmanschap lijkt uit te gaan, betekent dit ook dat er meer ruimte wordt gecreeerd voor meevallers en dat er naar verhouding weinig tegenvallers zullen zijn gedurende een vierjaarsperiode van een kabinet.
Daarnaast levert het electoraal voordeel op: de minister van Financien kan zich presenteren als de man met de hand op de knip die de overheidsfinancien onder controle houdt. Daarnaast biedt de gecreeerde ruimte voor meevallers de mogelijkheid om in het laatste jaar van het kabinet leuke dingen te doen voor de kiezer. Met name de belastingherziening in 2001 (aan het einde van Paars) en de "feestbegroting" van afgelopen september voor 2007 zijn daar voorbeelden van.
Gevolgen van een realistisch scenario
De gevolgen van het aannemen van een realistisch scenario, zoals Balkenende IV doet, levert vooraf meer financiele ruimte op. Een verschil van 0,25% klinkt niet veel, maar vier jaar lang is dat 1% en op een economie van meer dan 500 miljard euro is dat toch 5 miljard meer BBP. Met een belastingdruk van ongeveer 50% (alle belasting bij elkaar, inclusief BTW) betekent dat toch al gauw dat er in 2011 2 miljard meer uitgegeven kan worden dan bij het behoedzame scenario.
Dit zorgt er dus voor dat er nu meer mooie plannen gemaakt kunnen worden, maar dat de kans op meevallers kleiner wordt. Er kan dan ook meer discussie plaats gaan vinden in het kabinet in het geval van tegenvallers, en het valt nog te bezien hoe zuinig Wouter Bos zal zijn als minister van Financien.
Echter, de begroting gaat ook uit van een overschot van 1% op de begroting (meer dan 5 miljard euro dus) in het laatste jaar van het kabinet. Dat lijkt ook verstandig, gezien de kosten van de vergrijzing. Het geeft echter wel een buffer, en aangezien het voorspellen van economische groei 1 jaar vooruit al moeilijk is, is het voor 4 jaar nog veel hachelijker.
Komt het goed?
Het verschil tussen het behoedzame en realistische scenario voor de economische groei is klein. Het valt zeker binnen de foutmarge voor dergelijke voorspellingen. Gezien de stand van de economie in 2007, met afnemende werkloosheid en goede groeivooruitzichten, kan het misschien nog wel meevallen.
Tevens heeft Bos vast van Zalm geleerd. Ondanks de feestjes in 2001 en 2006, heeft dit beide keren voor de VVD niet het gewenste resultaat gehad. In de opvolgende verkiezingen verloor de VVD telkens fors. Misschien een goede reden voor Bos en de PvdA om het dit keer op een ander scenario aan te laten komen.
Voorspelling (7 februari 2007):
De foutmarges in voorspellingen zijn zo groot dat het achteraf niet veel uitmaakt of er sprake zal zijn van 1,75% of 2% groei per jaar in de periode 2008-2012. Gezien de zorgen over de vergrijzing zal kabinet Balkenende IV in elk jaar van die periode in elk scenario (anders dan grote oorlogen of ineenstorting van de internationale handels- en rechtsorde) een overschot op de begroting laten zien.
PS. Gezien verhuizingen heeft u de afgelopen maanden het Financieel Weekblad moeten missen. Vanaf heden verschijnen er weer regelmatig artikelen.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home