donderdag, augustus 10, 2006

Nederlandse bevolking krimpt


Afname bevolking in tweede kwartaal 2006
Volgens het CBS is in de bevolking in Nederland in het tweede kwartaal van 2006 afgenomen met 400 mensen. Dit is voor het eerst sinds de tweede wereldoorlog dat de bevolking in Nederland afneemt. Het is echter het gevolg van een reeds langer durende trend waarbij de groei van de Nederlandse bevolking afneemt.

Deze eeuw elk jaar lagere bevolkingsgroei
Zoals blijkt uit bijgaande grafiek (de donkergroene curve) neemt de bevolkingsgroei elk jaar in deze eeuw af (er is dus minder groei). In het eerste halfjaar van 2006 was de groei nog maar 2000 mensen. Dit is een resultante van een dalende immigratie en een dalend aantal geboortes en van een stijgend aantal emigranten. Het sterftecijfer is redelijk stabiel.

Oorzaken
Er lijken 3 belangrijke oorzaken te zijn van de lage bevolkingsgroei:

  1. De slechte economische situatie in de afgelopen vier jaren zorgt er voor dat er minder kinderen worden geboren en dat er minder mensen naar Nederland willen komen. Immers, er zijn minder banen (dus minder immigratie) en de beurs van de burger is krap (kinderen kosten veel geld).
  2. Het strengere asielbeleid zorgt voor een daling in het aantal asielzoekers in Nederland en de negatieve sfeer rondom allochtonen in Nederland zorgt voor een grotere emigratie terug naar het moederland.
  3. De vergrijzing van een relatief welvarende groep 60-plussers en de goedkopere huizen in het buitenland zorgen voor emigratie van autochtonen naar respectievelijk Spanje en Frankrijk enerzijds en Duitsland en Belgie anderszijds.
Gevolgen
Er zijn meerdere gevolgen van een lage bevolkingsgroei en bevolkingsafname. Ten eerste verergert het de gevolgen van de vergrijzing, te meer omdat veel van de emigranten financieel wel van Nederland blijven profiteren (met name de grijze golf naar Spanje en Frankrijk die hier hun AOW en pensioen krijgen), maar hun geld in het buitenland uitgeven. Ten tweede beperkt het de economische groei van de Nederlandse economie als geheel: hoe meer bevolking, hoe groter het budget van de overheid en daarmee invloed in de wereld. Gelukkig heeft het weinig impact op de welvaart (gemeten als bruto nationaal product per hoofd van de bevolking) van de individuele Nederlander.

Er zijn ook positieve gevolgen. Als het aantal banen toeneemt, en er zijn evenveel mensen om het werk te doen, dan wordt de werkloosheid minder. Ook is Nederland een dichtbevolkt land en een dalende bevolking vermindert de druk op het gebruik van de schaarse grond. Dat is gunstig in het bestrijden van de files en het woningtekort.

Opvallende trends
Nogmaals kijkend naar de grafieken vallen ook een aantal trends op: in het tweede halfjaar zijn er meer geboortes en minder sterftes. Ook zijn er in het tweede halfjaar meer immigranten en minder emigranten (studenten die aan het einde van hun studie vertrekken en nieuwe studenten in augustus en september?)

Voorspelling (10 augustus 2006)
De daling van de bevolking in het tweede kwartaal van 2006 zal voorlopig een unieke gebeurtenis blijken. In het tweede halfjaar is er meer bevolkingsgroei dan in het eerste halfjaar, zodat de volgende kwartalen van 2006 groei van de bevolking zullen laten zien. Door de verbeterde economische omstandigheden in Nederland, zullen meer mensen naar Nederland willen komen en zullen er minder mensen vanwege economische redenen vertrekken. Tevens kunnen de geboortes daardoor ook weer toenemen, in lijn met het stijgende consumentenvertrouwen.

Op de lange termijn zal de bevolking echter wel gaan dalen. Door het lage geboortecijfer per vrouw (1,7 op dit moment) komen er minder kinderen bij dan dat er ouderen gaan sterven. Dit zal vanaf 2025 impact gaan hebben op de Nederlandse bevolking en leiden tot een langdurige daling van de bevolking in Nederland. Tenzij er een actief immigratiebeleid gevoerd gaat worden (zoals Canada doet), maar dat past niet bij het huidige politieke en maatschappelijke klimaat.

woensdag, augustus 09, 2006

AEX door de 1000 puntengrens!

Door een "magische" grens
Vandaag is de AEX index gesloten op 453,29 punten, en het hoogste punt vandaag was 454,31.
Nou en, zult u zeggen. Maar ruim negen jaar geleden was het een significante gebeurtenis. Op 7 augustus 1997 sloot de AEX index voor het eerst boven de 1000 punten http://nl.wikipedia.org/wiki/Amsterdam_Exchange_Index. En aangezien de index een gewogen gemiddelde is van de koersen van alle 25 aandelen in de index, en de koersen van die aandelen destijds in guldens waren, betekent dat een huidige stand van 453,78 punten voor de AEX index. Dus, we zijn vandaag even boven de 1000 punten in guldens geweest, en er net ondergesloten.

Uiteraard is dat eigenlijk helemaal geen heuglijk feit. Of het bereiken van een "mooi rond" getal nu echt belangrijk is, er is geen enkel financieel of economisch belang mee gemoeid.

Negen jaar van stilstand?
Wel zegt het iets over de ontwikkeling van de koersen op de beurzen. Iemand die op 7 augustus 1997 een mandje aandelen kocht gelijk aan de AEX index, en al die jaren de index is blijven volgen, heeft bar weinig verdiend. De koersen zijn netto niet gestegen en er is alleen dividend ontvangen. Nu zijn de dividendrendementen de afgelopen jaren aardig geweest (voor de banken en verzekeraars bijvoorbeeld 5% per jaar, veel meer dan een spaarrekening), maar ook hebben veel fondsen uit de index nooit dividend uitgekeerd, of slechts een klein percentage (Heineken en Versatel bijvoorbeeld).

Voor beleggers is er dus eigenlijk sprake geweest van een rendement op vermogen dat niet veel hoger is geweest dan 4%, tenminste: als de AEX gevolgd is.

Beleggen met gezond verstand
Het blijkt daarmee wel dat het niet eenvoudig is om snel geld te verdienen op de beurs, ook niet op de lange termijn (zoals de afgelopen negen jaar). Tevens laat het zien dat dividend (winstuitkering door het bedrijf) nog steeds belangrijk is voor beleggers en het dus ook belangrijk is dat bedrijven (ooit) winst maken. EBITDAE en dat soort termen zijn leuk voor bedrijven die geen beter verhaal hebben, maar uiteindelijk gaat het toch om de nettowinst per aandeel; en om het dividend dat daarmee betaald wordt.

Koers/winst verhouding
Toch is er wel iets af te dingen op "stilstand" in de koersen. In 1997 was er meer optimisme over de toekomst die ICT en "de nieuwe economie" ons zou brengen. Internet was voor bedrijven een nog onontgonnen wereld, zowel voor nieuwe als bestaande ondernemingen. Het optimisme was ongebreideld en zou nog 3 jaar aanhouden, waarna de "internetbubbel" barstte.
Of aandelen in het algemeen duur of goedkoop zijn, kan afgemeten worden aan de hand van een aantal kerngetallen. Om er drie te noemen: de verhouding vreemd/eigen vermogen, het gemiddelde rendement op eigen vermogen en de gemiddelde koers/winstverhouding.

Het eerste getal zegt iets over hoe de onderneming zichzelf gefinancierd heeft. Het eigen vermogen is ter beschikking gesteld door de aandeelhouders en vreemd vermogen is geleend van banken en beleggers. Als er veel geld geleend is, dan kiest de onderneming financieel gezien een risicovolle aanpak. Immers, de bezittingen van de onderneming zijn vooral door de bank gefinancierd, dus als het een beetje tegenzit, dan is het eigen vermogen snel op en kan het bedrijf failliet gaan.

Het tweede getal zegt iets over hoe de onderneming omgaat met het geld dat het van de aandeelhouders (het eigen vermogen) heeft gekregen. Als dit rendement op eigen vermogen hoog is, en er is sprake van gezonde verhouding tussen vreemd en eigen vermogen, dan wordt het geld van de aandeelhouders nuttig ingezet en wordt er dus goed geld verdiend voor de aandeelhouders.

De koers/winst verhouding geeft aan hoe beleggers aandelen waarderen. Als 2 verschillende ondernemingen 1 euro winst per aandeel maken, en het ene aandeel is 20 euro waard en het andere 10 euro, dan wordt het eerste bedrijf veel hoger gewaardeerd. Als de gemiddelde koers/winstverhouding nu lager is dan in 1997, dan worden bedrijven nu lager gewaardeerd.

Bedrijven staan er beter voor, maar worden lager gewaardeerd
Vergeleken met 1997 ziet de situatie er voor de bedrijven nu veel beter uit: de verhouding vreemd/eigen vermogen voor de bedrijven in de AEX is gunstiger dan in 1997 en het rendement op eigen vermogen is hoger. Echter, de gemiddelde koers/winst verhouding (nu ongeveer 10, in 1997 ongeveer 15) is veel lager dan in 1997. Misschien waren aandelen in 1997 ondergewaardeeerd (maar de aandelen stegen toen nog meer dan 50% in 3 jaar), misschien zijn aandelen nu ondergewaardeerd. Wie het laatste gelooft, moet nu aandelen kopen.

Voorspelling (9 augustus 2006):
Het voorspellen van aandelenkoersen is moeilijk, en het Financieel Weekblad waagt zich daar dan ook niet te sterk aan. Eén voorspelling durft het wel aan: over negen jaar staat de AEX index (als die nog bestaat) hoger dan vandaag. Het lijkt een weinig gewaagde voorspelling, maar kijkend naar de afgelopen negen jaar, toch niet geheel voor de hand liggend.

dinsdag, augustus 08, 2006

Pensioenbijdrage werkgever moet hoger bij defined contribution

Introductie
De meeste werknemers in Nederland hebben, naast hun salaris, een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde: een pensioentoezegging van de werkgever. Deze pensioentoezegging kan vindt meestal plaats volgens ofwel het "defined benefit" ofwel het "defined contribution" systeem. De meeste pensioenregelingen gaan momenteel uit van "defined benefit", maar er is een tendens naar "defined contribution". Deze overgang heeft consequenties voor bedrijven en werknemers, en kunnen positief en negatief uitvallen.

Defined benefit (DB)
De meeste pensioenfondsen, inclusief de grote jongens als ABP, PGGM en de meeste bedrijfspensioenfondsen, werken volgens het defined benefit systeem. Voor elk gewerkt jaar bouwt de medewerker een beetje extra pensioen op (bijvoorbeeld 2% van het in dat jaar verdiende salaris boven de AOW franchise) zodat er na 35 jaar (inclusief de AOW van de overheid) 70% van het laatst verdiende salaris resteert als pensioen.

Elk jaar stort de werkgever (en vaak ook de werknemer) de premie voor het pensioen naar het pensioenfonds, en het pensioenfonds belegt het geld om later de betalingen te kunnen doen aan de werknemer. Als er slecht belegd wordt, dan zal de werkgever geld bij moeten storten: immers, er is een toezegging gedaan van 70% van het laatst verdiende salaris en daarmee een "defined benefit" (vastgesteld genot) voor de werknemer. Het beleggingsrisico is voor de werkgever. In goede jaren hoeft de werkgever weinig te betalen, in slechte jaren zuivert de werkgever de tekorten aan.

Defined contribution (DC)
Bij defined contribution lijkt het pensioen meer op sparen: de werkgever (en vaak ook de werknemer) storten de premie in een potje voor de werknemer, en de werknemer laat het pensioenfonds beleggen volgens zijn eigen wensen. De jaarlijkse bijdrage van de werkgever licht vast en het beleggingsrisico is voor de werknemer: als hij goed laat beleggen, dan is er op de pensioendatum meer geld beschikbaar, bij een tegenvallend beleggingsresultaat is er minder geld voor een goed pensioen. Daarnaast is de hoogte van het pensioen afhankelijk van de rentestand op de pensioendatum. Er is een pot geld beschikbaar na alle jaren premie betalen en beleggen. Van die pot met geld kan een levenslange lijfrente, die maandelijks het pensioen uitkeert, worden aangekocht bij een verzekeraar (het pensioen). Als de rente op de pensioendatum laag is, dan is de maandelijkse uitkering lager dan wanneer de rente op de pensioendatum hoog is. Met defined contribution worden er dus 2 risico's van de werkgever naar de werknemer overgeheveld: het beleggingsrisico en de rentestand op pensioendatum.

Reden om te veranderen
Deze risico's zijn dan ook precies de reden waarom werkgevers willen veranderen van DB naar DC. Onder de nieuwe regels voor financiele verslaglegging (IFRS) moeten de financiele consequenties van deze risico's zichtbaar gemaakt worden op de balans, en dat heeft voor veel beursgenoteerde ondernemingen blijkbaar een ongewenst effect: het eigen vermogen van de onderneming neemt af. Door de risico's af te wentelen op de werknemers, zijn er geen consequenties meer voor de balans (geen extra voorzieningen) en ook geen toekomstige nadelige effecten als beleggingen of rentestanden tegenvallen.

Minder risico betekent meer premie
Minder risico betekent in de economie een lagere mogelijk rendement, of, in geval van verzekeringen (en pensioen is een verzekering), een hogere verzekeringspremie. De totale som die een werkgever bijdraagt aan een pensioenregeling zou in het geval van defined contribution dan ook hoger moeten zijn dan bij defined benefit. Echter, in de gevallen waar werkgevers zijn veranderd van DB naar DC is dat nog niet gebleken (bijvoorbeeld bij AKZO en DSM). In het algemeen streven werkgevers er naar om de bijdrage ten opzichte van de totale loonsom gelijk te houden. En dat is niet eerlijk. De werkgever loopt minder risico zonder daar extra voor te betalen. Vakbonden en vertegenwoordigers van werknemers in de pensioenfondsen zullen er op aan moeten dringen dat zij compensatie krijgen voor het extra risico dat de werknemer loopt.

Consequenties voor de werknemer
In een volgende uitgave van het Financieel Weekblad wordt teruggekomen op de specifieke consequenties voor de werknemer van het defined contribution systeem.

Voorspelling (8 augustus 2006):
Steeds meer bedrijven zullen de overstap gaan maken van defined benefit naar defined contribution, om daarmee financiele risico's te beperken. Eind 2010 zal meer dan de helft van de grote Nederlandse bedrijven (voor verificatie: neem de bedrijven in de AEX index in 2010) zijn overgegaan naar DC. Degenen die dat als eerste doen, kunnen profiteren van de relatieve onbekendheid van het fenomeen en zullen daardoor zonder extra kosten van hun pensioenrisico's afkomen. Echter, vanaf 2007 zullen werknemers en vakbonden eisen dat de premie die de werkgever afdraagt hoger wordt, alvorens zij accoord gaan met een overgang naar DC.