donderdag, juni 22, 2006

Weinig concurrentie op de spaarmarkt

ECB verhoogt de rente, maar banken gaan niet mee
De afgelopen maanden heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de herfinancieringsrente in drie stappen van 0,25% verhoogd van 2,00& naar 2,75%. Dit is het laagste rentetarief waartegen banken op korte termijn (voor 1 dag) geld kunnen lenen van de ECB.

Banken trekken echter liever spaargeld aan van particulieren. Zelfs op rekeningen waar al het geld direct zonder boete vanaf gehaald kan worden (waarvoor de laagste vergoeding wordt gegeven door de banken) staat het saldo gemiddeld 3 jaar. Spaargeld is een relatief goedkope bron van financieren voor een bank, en met het spaargeld kan de bank kredieten verstrekken voor een veel hogere rente.

Nu de ECB de rente heeft verhoogd, hebben de banken de kredietrentes die zij aan hun klanten rekenen ook verhoogd. Maar, in tegenstelling tot wat verwacht mag worden, hebben met name de grootbanken hun spaarrentetarieven niet of nauwelijks verhoogd. Met andere woorden: de rentemarge voor de banken is fors toegenomen.

Matige concurrentie .....
De grootbanken ABN AMRO, Rabobank, ING en Fortis hebben gezamenlijk meer dan 90% van al het spaargeld aangetrokken in Nederland (bron: financieele dagblad 21 juni 2006). De kleinere banken moeten de overige 10% verdelen. Daarmee kan de markt worden aangeduid als een oligopolie: een kleine groep grootbanken deelt de lakens uit op de markt. Zolang de ene grootbank de spaarrente niet verhoogt, zullen de anderen ook achterblijven, als hun marktaandeel maar constant blijft. Alleen een fors verlies van marktaandeel zal de grootbanken verleiden om een hogere rente te vergoeden, wat direct ten koste gaat van hun marge.

....en luie spaarders
Spaarders klagen dat de grootbanken de spaarrente niet verhogen, maar vaak laten ze het daarbij. Terwijl het toch eenvoudig is om, via internet, snel uit te vinden welke banken in Nederland een hogere rente geven. Bijvoorbeeld, voor internetspaarrekeningen waar het geld direct vanaf gehaald kan worden en rentegevend vanaf 1000 euro, kan men bij de AKbank (van oorsprong Turks) terecht voor 3,5% en bij de oerhollandse DSB bank voor 3,2% per jaar.

Bij ABN AMRO is dit slechts 2,3% en bij Rabobank, Fortis, ING en Postbank 2,5%. En met een bedrag tot en met 20.000 euro (voor een echtpaar 40.000 euro) loopt u ook bij de kleine banken geen risico, want al deze spaarrekeningen vallen onder de Collectieve Garantie Regeling.

Dus, spaarders die meer rente willen, moeten gewoon gaan shoppen en daarmee het marktaandeel van de kleinere banken vergroten. Over 15.000 euro levert dit al gauw meer dan 100 euro per jaar op, netto!
En als veel spaarders gaan shoppen, dan is er een voordeel voor iedereen (behalve voor de banken en hun aandeelhouders, maar daar heeft het Financieel Weekblad niet zoveel medelijden mee). Ten eerste levert dit meer rente op, ten tweede zal het de grootbanken dwingen om ook meer rente te vergoeden.

Voorspelling (22 juni 2006)
Als de ECB de rente verder gaat verhogen (zie ook Dilemma voor ECB door eigen succes in het Financieel Weekblad), dan zullen de kleine banken volgen met hun spaarrentes. Een toenemend verschil met de grootbanken zal dan voor een groeiend marktaandeel van de kleine banken zorgen, en voor hogere rentes bij de grootbanken. Echter, door de luiheid van veel spaarders zullen de grootbanken zich kunnen permitteren om een fors renteverschil (meer dan 0,5%) te laten bestaan, zeker tot 2010.

dinsdag, juni 13, 2006

Opzet FES is verkeerd

Fonds Economische Structuur versterking
In 1995 is het Fonds Economische Structuur versterking (FES) opgericht. In dit fonds worden 42,5% van de aardgasbaten van de overheid gestort. In 2005 (volgens het jaarverslag van het FES) werd, mede dankzij de hoge olieprijs en de daaraan gerelateerde gasprijs, 3,072 miljard euro ontvangen en werd 1,856 miljard euro geinvesteerd. Gezien de hoge olieprijs in 2006 zullen de inkomsten van het FES dit jaar verder stijgen, en er is een saldo van 2,517 miljard euro (dat is ongeveer 150 euro per Nederlander) in het fonds aanwezig per 31 december 2005.

Het idee acther het FES was goed. Door een groot deel van de aardgasbaten in een apart fonds te storten, zouden mee- en tegenvallers minder doortellen in de normale rijksbegroting. Bij hoge olieprijzen is er dan minder neiging om het geld uit te geven en een lage olieprijs leidt tot minder bezuinigingen.

Oorspronkelijk werden de gelden van het FES vooral voor "harde" infrastructuur gebruikt, zoals de Betuwelijn en de HSL. Echter, in de laatste jaren zijn de gelden ook aan zachtere infrastructuur uitgegeven, zoals het innovatieplatform en research instituten.

Slechte opzet
Door de opzet van het fonds is het structurele probleem dat men wilde oplossen, niet opgelost. Hoewel de neiging voor het parlement en de regering nu minder is om het geld "te verbrassen", die neiging bestaat nu wel bij de beheerders van het FES (ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken). Want nu wordt het geld "verbrast" door deze ambtenaren in tijden van een hoge olieprijs en is er nauwelijks geld voor investeringen als de olieprijs laag is. Met andere woorden: het beoogde doel is niet bereikt.
Daarnaast ontbreekt nu voor een deel de democratische controle over het geld. In plaats van debatten tussen het parlement en de regering over besteding van het geld, gaat nu een comissie van ambtenaren over de investeringen met marginale controle door de minister en het parlement. Zie ook het commentaar van de rekenkamer http://www.rekenkamer.nl/cgi-bin/as.cgi/0282000/c/start/file=/9282302/modulesf/haim13am?onderzoek=fubrr027

Maar het meest zwaarwegende argument tegen de huidige opzet is meer van principiele aard. Geld dat verdient wordt aan aardgas is eenmalig geld: je kunt een gasmolecuul maar 1 keer verkopen en dan is het weg, voor altijd. Nederland verkoopt dus activa, een bezit, en krijgt daar geld voor terug. Voor het nageslacht is het van belang om dat geld te beheren en niet te verkwisten. Dat kan door investeringen te doen, want daar profiteren latere generaties van, of door het geld "op de bank" te zetten.

Verbetering van het FES
De laatste overweging wordt nauwelijks gemaakt. De beheerders van het FES willen het geld nu direct in de economie investeren, door harde en zachte investeringen. Het is de vraag of elke geinvesteerde euro nu wel op de beste manier wordt ingezet: immers, de enige beperking is het beschikbare geld, dus in tijden dat er veel geld is worden er veel meer aanvragen goedgekeurd dan in jaren dat er minder geld is. Dit is het bekende verschijnsel bij de overheid en grote bedrijven dat een beschikbaar budget ook altijd wordt uitgegeven, zinvol of niet.

Door een maximum af te spreken voor de uitgaven van het FES (bijvoorbeeld: het inkomsten niveau bij een olieprijs van 30 dollar) is er ongeveer anderhalf miljard euro beschikbaar voor het FES om uit te geven; elk jaar opnieuw, voor te selecteren projecten die een lange termijn investering vormen in de Nederlandse economie. De rest wordt gespaard voor later, als de olieprijs lager is, of voor het moment waarop de aardgasvoorraden op zijn. Dan laten we aan het nageslacht niet alleen een sterke economische infrastructuur achter, maar ook een appeltje voor de dorst waar die generaties zelf over mogen beslissen.

Voorspelling (13 juni 2006):
De opzet van het Fonds Economische Structuurversterking zal in de volgende kabinetsperiode worden aangepast. Daarbij zullen parlement en regering meer zeggenschap krijgen over de gelden, voor hun eigen stokpaardjes. Helaas zal er te weinig naar de lange termijn worden gekeken en een steeds groter deel zal worden uitgegeven aan "zachte" infrastructuur. Onze gasvoorraad die in honderden miljoenen jaren is opgebouwd, wordt in minder dan 100 jaar verkwanseld.