zondag, juli 15, 2007

Ontslagrecht is het waard om voor te vechten

Na participatietop toch voorstellen kabinet
Op de participatietop, enkele weken geleden, was het een non-onderwerp: hervorming van het ontslagrecht. De werkgeversverenigingen vinden het een zeer belangrijk onderwerp, de vakbeweging wil er het liefst niet over praten. Vorige week kwam het kabinet met een voorstel voor hervorming van het ontslagrecht dat vooral aan de wensen van de werkgevers lijkt te voldoen.

Huidige situatie
Er zijn op dit moment in Nederland 3 manieren waarop werkgevers werknemers kunnen ontslaan. Ten eerste kan een medewerker op staande voet worden ontslagen. Hiervoor moeten er echter zwaar wegende argumenten zijn, zoals geweld op de werkvloer of op heterdaad betrappen van diefstal. Ten tweede kan een ontslagvergunning worden aangevraagd bij het CWI. Hierbij wordt de positie van de onderneming en die van de medewerker(s) bekeken en wordt al dan niet een vergunning gegeven. Indien een vergunning wordt afgegeven, dan kost dat de werkgever meestal niets. Echter, het is niet zeker om er een vergunning verkregen wordt (vaak wordt de werkgever opgedragen eerst iets aan (her)scholing, opleidingen en herplaatsing te doen) en het traject kan lang duren: onzekerheid voor medewerker en werkgever.

In de derde situatie kan ontslag worden aangevraagd bij de kantonrechter: hierbij ligt de duur van de procedure redelijk vast (meestal is de medewerker binnen 2 maanden ontslagen) en wordt ontslag vaak verleend als daarvoor goede redenen kunnen worden aangegeven: niet functioneren van de medewerker (opbouw van een dossier noodzakelijk) en economische overwegingen. In dergelijke situaties moet de werkgever echter wel een vergoeding betalen, volgens de kantorechtersformule. Zie hiervoor bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/Kantonrechtersformule.

Ontslaan is niet moeilijk in Nederland, wel duur
Met name voor medewerkers die boven de 40 zijn en langere tijd in dienst, kan de kantonrechtersformule duur uitpakken (meerdere jaarsalarissen, vooral als de medewerker weinig te verwijten valt). Werkgevers klagen vaak dat ontslaan in Nederland moeilijk is, maar dat is niet juist: ontslaan via de kantonrechter is best gemakkelijk. Het is wel duur. En daartegen lopen de werkgevers te hoop. Zij willen graag dat de overheid beperkingen stelt aan de hoogte van de vergoeding bij ontslag via de kantonrechter.

Ontslagbescherming belangrijk voor goede arbeidsverhoudingen
Ontslagbescherming is een belangrijke verworvenheid. Een medewerker die vele jaren zijn uiterste best heeft gedaan voor zijn bedrijf, en op wat oudere leeftijd iets minder productief wordt, mag niet zo maar door de werkgever op straat worden gezet voor een jonge medewerker die minder verdient, nog carriere moet maken en ook goedkoper is mbt het pensioen. Trouw van de medewerker mag best leiden tot enige baanzekerheid. Door een barriere op te werpen kijken werkgevers eerder hoe zij van een ervaren kracht langer gebruik kunnen maken, dan dat zij personeel gebruiken als een eenvoudig vervangbare productiefactor. Dat sommige werkgevers daartoe bereid zijn, blijkt wel in de supermarktsector waar vakkenvullers van 21 al worden vervangen door 16-jarigen, omdat die goedkoper zijn. Omdat een medewerker met ervaring niet elke dag hoeft te vrezen voor zijn baan, ontstaat ook trouw naar de werkgever en het bedrijf toe en voelt niet elke medewerker zich een uitzendkracht (niets te min gesproken over uitzendkrachten overigens!).

Werkgevers geven ook aan dat zij het moeilijk vinden om niet-functionerend personeel te ontslaan. Echter, goede dossiervorming van het niet-functioneren, werkelijk proberen om er samen iets van te maken en een consequent uitgevoerd personeelsbeleid richting niet-functionerende medewerkers kan er voor zorgen dat de correctiefactor laag uitvalt en de vergoeding in die gevallen laag kan uitvallen. En als iemand echt niet goed functioneert, is betalen va een vergoeding nog altijd beter dan langdurig iemand in het bedrijf hebben die de zaak voor de onderneming en zijn/haar collega's verziekt.

Maximering van de ontslagvergoeding
Enige maximering van de ontslagvergoeding past echter bij het huidige tijdsgewricht. Te vaak komt het voor dat mensen die nog best kunnen werken, maar vanwege reorganisaties bij goedlopende bedrijven toch ontslagen worden met een vorstelijke vergoeding. Een academicus met kennis en ervaring van 53 jaar en een maandsalaris van 5.000 euro kan soms 300.000 euro meekrijgen als aanvulling op de WW. Daarmee wordt het erg verleidelijk om niet meer te gaan werken, en wordt iemand die nog ruime tijd toegevoegde waarde voor Nederland kan hebben, te gemakkelijk buiten het arbeidsproces geplaatst. En dat is iets dat het kabinet niet wil: er moeten zoveel mogelijk mensen blijven werken.

Echter, maximering van de ontslagvergoeding tot 100.000 euro (zoals het voorstel nu ligt) zal hier niet al te veel aan doen en legt de lasten wel erg eenzijdig bij de werknemer. Immers, bedrijven zijn nu al bereid in bepaalde gevallen vrijwillig 300.000 euro mee te geven, als zij maar 100.000 euro hoeven te betalen wordt de overweging om mensen boven de 50 te ontslaan alleen maar gemakkelijker. En of daarmee de arbeidsparticipatie van ouderen wordt verhoogd, is maar de vraag.

Gemakkelijker ontslaan betekent gemakkelijker aannemen?
Een belangrijk argument voor hervorming van het ontslagrecht is dat werkgevers eenvoudiger mensen zouden aannemen als zij gemakkelijker mensen kunnen ontslaan. Dit zal zeker zo zijn voor kleine werkgevers, maar juist die werkgevers hebben het minste te vrezen van hoge ontslagvergoedingen: via het CWI zullen zij meestal sneller (vanwege hun kleine omvang is er vaak weinig te herscholen of herplaatsen) en goedkoper van medewerkers afkunnen. Voor de kleine werkgevers is het aannemen van mensen eerder koudwatervrees dan een echt probleem. Grote ondernemingen wordt het echter goedkoper gemaakt van (oudere) werknemers af te komen en dat lijkt me toch niet het doel van een centrumlinks kabinet.

Voorspelling (15 juli 2007):
Het voorstel van het kabinet voor wijziging van het ontslagrecht zal op grote tegenstand in de samenleving leiden. Vooral omdat de argumentatie voor het huidige voorstel niet deugt, en te veel in het voordeel van grote ondernemingen is, zullen de vakbonden en de linkse politieke partijen te hoop lopen tegen dit voorstel. Het zou voor de PvdA zelfs wel een breekpunt kunnen worden om te voorkomen dat ze door de SP geheel overvleugeld wordt. Wijziging van het ontslagrecht in de vorm zoals nu voorgesteld, zal het in 2007 en 2008 niet halen in het parlement.

Labels:

vrijdag, juni 08, 2007

Rente stijgt fors

Tien jarige rente stijgt met meer dan een kwart procent in een maand


In de afgelopen week is de rente op 10 jarige staatsobligaties wereldwijd fors gestegen. Dit geldt niet alleen in Euroland, maar ook in de VS en Azie.


Onderstaande tabel geeft weer hoe de 10 jarige rente is gestegen in diverse landen (bron: www.nrc.nl)
De rentestijging is toe te wijzen aan een omslag in het denken over inflatie en de reactie daarop van de centrale banken. Hierachter zitten twee ontwikkelingen die al enkele jaren aan de orde zijn, maar nu hun effect beginnen te krijgen op de inflatie.




Stijgende grondstofprijzen
Door de goede gang van zaken in de wereldeconomie, en vooral ook de onstuimige groei in China en Inda, zijn de prijzen van grondstoffen de afgelopen jaren hard gestegen. Dit geld voor olie, ijzer en bauxiet, maar ook voor hout en andere grondstoffen. Zelfs voedselgrondstoffen, zoals melk en suiker, zijn fors in prijs gestegen. Deze stijgende kosten worden steeds meer doorberekend in eindproducten en zorgen daarmee voor inflatie.

Stijgende lonen
Een nog sterker effect komt echter van de stijgende lonen. Wereldwijd is er economische groei en overal neemt de werkloosheid af. Dat is goed nieuws, behalve misschien voor het milieu. Door de afnemende werkloosheid wordt arbeid schaarser, en daarmee neemt de prijs van arbeid toe. De CAO-verhogingen zijn in Nederland dit jaar zo'n 3% en ook in de rest van Europa, de VS en in Azie nemen de lonen toe. Zelfs in China wordt goedkope arbeid schaars, en daarmee worden al de producten die in China gemaakt worden ook duurder. Het toenemen van de waarde van de yuan (alhoewel zeer rustig) zorgt ook voor stijgende prijzen.

Inflatie beteugelen met hogere rente
In het algemeen wordt een hoge inflatie gezien als negatief. Centrale banken streven er dan ook naar om de inflatie niet harder op te laten lopen dan met zo'n 2% per jaar. Als de inflatie harder stijgt, komt dat meestal door een sterke economische groei (zoals nu) en door geld lenen duurder te maken (door de rente te verhogen) kan een centrale de economische groei en daarmee de inflatie proberen te remmen. Dit gebeurde in 2004, 2005 en 2006 in de VS en sinds 2005 tot nu ook in Euroland (de landen in Europa met de euro).

Plotselinge stijging
Tot voor kort dacht men in de VS dat er geen renteverhogingen meer zouden komen, en ook in Europa dacht men dat de verhogingen niet veel langer door zouden gaan. Echter, de laatste maand is er een omslag in dit denken. De Nieuw Zeelandse centrale bank verhoogde onverwacht de rente en sindsdien begint men op de obligatiemarkten steeds meer rekening te houden met de inflatie oorzaken zoals hierboven beschreven.

Voorspelling (8 juni 2007):
Het Financieel Weekblad voorspelt al langer dat de inflatie en de rente zouden gaan stijgen. De laatste voorspelling begint al uit te komen. Het FW houdt vast aan de voorspellingen dat de inflatie in Europa, en vooral ook in Nederland, zal toenemen. De inflatie in 2009 zal meer dan 3% bedragen en de 10 jarige rente is dan boven de 5%.

dinsdag, mei 22, 2007

Harde groei economie, looninflatie op komst

Forse groei in het eerste kwartaal 2007
In het eerste kwartaal van 2007 is de Nederlandse economie met 2,5% gegroeid (http://www.cbs.nl), ruim boven zowel het behoedzame als realistische scenario zoals dat door het CPB wordt aangegeven. Deze prestatie is te meer zo goed, omdat de warme winter er voor zorgde dat er veel minder gas werd verbruikt (en dus verkocht) dan in voorgaande jaren. Gecorrigeerd hiervoor zou de economie met meer dan 3% gegroeid zijn.

Dank aan Duitsland, de wereldeconomie en onszelf
De gorse groei is te danken aan de goede groei van de economie in Duitsland (ondanks een BTW verhoging van 16 naar 19%), de voortgaande groei van de wereldeconomie (waarin India, China, de nieuwe EU lidstaten in Oost Europa en Zuid Amerika een grote rol spelen) en de groei van de consumptie en investeringen in Nederland zelf.
De export en import groeien, bedrijven en consumenten zijn positief gestemd en de werkloosheid loopt fors terug. Al met al heel veel goed nieuws en geen wolken aan de hemel. Het enige wolkje is misschien de Amerikaanse economie, maar zelfs die groeit nog steed ruim boven de 1% en is dus geen aanjager, maar ook geen showstopper.

Groei van de werkgelegenheid en afname van de werkloosheid
Dankzij de economische groei en het optimisme bij ondernemers is er sprake van een forse groei van de werkgelegenheid en een afname van de werkloosheid. Ook de langzaam groeiende arbeidsparticipatie (in Nederland gaat een steeds groter deel van de (vrouwelijke) bevolking deelnemen aan het arbeidsproces) kan daardoor worden opgevangen door banen bij de overheid en in het bedrijfsleven. Met name in de industrie en in de dienstverlening (van hoogopgeleiden bij banken, accountants en adviseurs, tot laagopgeleiden in de horeca) is er inmiddels sprake van veel vacatures. Bijna iedereen die wil werken en een startkwalificatie heeft, kan werk vinden, alhoewel niet altijd op het eigen (opleidings)niveau.

Looninflatie
Door de dalende werkloosheid en het ruime aanbod van banen komen werknemers in een betere positie te zitten. De loonmatiging in de afgelopen jaren lijkt geholpen te hebben om een concurrende economie op te bouwen en de groei van de export is daar ondermeer een teken van. Deze sterkere positie van werknemers en het terechte gevoel dat men er de afgelopen jaren weinig op vooruit is gegaan, zal er voor zorgen dat vakbonden en individuele werknemers om loonsverhoging gaan vragen. Drie procent per jaar is niet bijzonder meer (ruim een procent boven de inflatie, en dus verbetering van de koopkracht) en dit zal de komende tijd een ondergrens blijken te zijn voor de gemiddelde loonstijging.
Ondernemers zullen deze loonstijgingen (en andere kosten) in hun producten willen doorberekenen; en dat zal ze ook lukken. Immers, burgers hebben meer te besteden, dus de vraag naar goederen en vooral diensten zal verder toenemen en men kan de hogere prijzen betalen.

Voorspellingen (22 mei 2007):
De economie zal zowel in 2007 als in 2008 met meer dan 3% groeien. De inflatie in Nederland zal toenemen boven de 2,5% (2008 en 2009).

Labels: , , ,

woensdag, februari 28, 2007

ABN AMRO en TCI

Hedge fund valt Nederlandse bank aan
Middels een brief aan ABN AMRO heeft hedge fund TCI laten weten dat het niet tevreden is over het rendement dat de bank in de afgelopen jaren heeft gerealiseerd. TCI geeft aan dat de tot nu toe gevolgde strategie onvoldoende oplevert voor de bank en voor de aandeelhouders. TCI stelt voor dat ABN AMRO geen verdere overnames doet en zelfs grote onderdelen van de bank verkoopt, om daarmee meer aandeelhouderswaarde te creeeren (en meer dividend naar de aandeelhouders te laten stromen).

TCI
The Children's Investment Fund (TCI) is een Brits hedge fund dat vier jaar geleden is opgericht. De opbrengsten gaan voornamelijk naar een goed doel, ter ondersteuning van behoeftige kinderen. Deze ideeele doelstelling staat een agressieve houding ten opzichte van bedrijven waarin het hedgefund belegt, niet in de weg. Alhoewel TCI slechts 1% van ABN AMRO bezit, stelt het zich agressief op. Het maakt ook vaak gebruik van de media om de bedrijven onder druk te zetten waar het een strategie wijziging wil.

Wat wil TCI?
TCI wil vooral dat ABN AMRO zich niet aan nieuwe avonturen waagt in Italie en dat het meer samenhang brengt in de activiteiten, of onderdelen verkoopt. ABN AMRO heeft op dit moment 4 geografisch nogal uiteenliggende thuismarkten (Nederland, het oosten van de USA, Brazilie en Italie) en er bestaat weinig samenhang of synergie tussen die markten. De geografische markten werken erg zelfstandig (er is slechts een handvol expats van ABN AMRO werkzaam in Brazilie, verder wordt alles gedaan door locale medewerkers). Aangezien de afgelopen zes jaren geen koersrendement en in totaal 44% dividendrendement hebben opgeleverd, is TCI niet tevreden. ABN AMRO blijft ook ver achter bij het gemiddelde van de sector.

De Nederlandsche Bank
Nout Wellink, de directeur van de Nederlandsche Bank (DNB), heeft via de NRC http://archief.nrc.nl/?modus=l&text=nout+wellink+abn+amro+tci&hit=2&set=2 laten weten aan TCI dat het niet gediend is van dit soort aansporingen van TCI. Wellink geeft aan dat TCI zelf ook niet precies weet wat het met ABN AMRO aan wil, maar "doe iets en geef ons het geld".
Aangezien het vertrouwen in een bank zeer belangrijk is, en ABN AMRO zeer belangrijk is voor het Nederlandse financiele systeem, treedt de toezichthouder direct op.

Kritiek en vergelijking met AntonVeneta
Vanuit enkele kringen is er kritiek gekomen op het commentaar van Wellink, waarbij met name een vergelijking wordt getrokken met het ingrijpen van de centrale bank in Italie in 2005, toen ABN AMRO AntonVeneta wilde overnemen. Toen trad de Italiaanse bank op om te voorkomen dat een buitenlandse bank een Italiaanse bank zou overnemen, en dat kwam hem op grote kritiek te staan, ook van Wellink. Volgens critici zou Wellink nu hetzelfde gedrag vertonen.

Echter, de vergelijking gaat niet op. ABN AMRO had concrete plannen met AntonVeneta, werkte al jaren met die bank constructief samen en de argumenten van de centrale bank waren vooral tegen de opkomst van buitenlandse banken in Italie. De kritiek van Wellink op TCI betreft nu juist deze punten: er is geen sprake van een andere, buitenlandse bank, maar van een hedge fund dat snel geld wil maken; ABN AMRO had concrete plannen, TCI niet; en Wellink is niet tegen buitenlandse banken (kijk naar Fortis, Royal Bank of Scotland en anderen die in Nederland actief zijn), maar wel tegen snelle jongens die snel geld willen maken.

Voorspelling (28 februari 2007):
TCI heeft de koers van ABN AMRO omhoog weten te praten, maar structureel zal er weinig gebeuren. TCI heeft geen echt plan, anders dan "assets verkopen en geld geven aan de aandeelhouders". Gezien de politieke steun en steun van DNB zal ABN AMRO zich dan ook geen zorgen hoeven te maken over dit soort aandeelhouders. ABN AMRO zal dan ook dit decennium geen afscheid nemen van 1 van de 4 genoemde geografische regio's.

woensdag, februari 07, 2007

Behoedzaam of realistisch scenario

Schatten van de economische groei
Bij de totstandkoming van het vandaag gepresenteerde regeeraccoord ("samen werken, samen leven") spelen de financiele consequenties van het te voeren beleid een belangrijke rol. De inkomsten en uitgaven worden tegen elkaar afgezet en op basis daarvan kunnen de partijen bepalen hoeveel bestedingsruimte er is.

De verwachting voor de economische groei voor de komende jaren is daarin belangrijk. Immers, naast de inflatie zorgt de economische groei van het bruto binnenlands product (BBP; alles wat we in Nederland maken, aan diensten leveren en verkopen) er voor dat er meer belastinggeld binnenkomt.

Een commissie van ambtenaren, met hulp van het centraal plan bureau, stellen 3 scenario's vast voor de economische groei. Deze worden wel het behoedzame, realistische en optimistische scenario genoemd. Voor de periode 2008-2012 hebben deze economen vastgesteld dat voor een behoedzaam scenario van een groei van 1,75% en bij het realistische scenario van een groei van 2% mag worden uitgegaan.

Zalm voorstander van behoedzaam scenario
Demissionair minister van Financien Zalm (die zeker niet zal terugkeren als minister van Financien in kabinet Balkenende IV, omdat zijn VVD daaraan niet deelneemt) heeft in de paarse kabinetten en onder Balkendende II en III (tijdens Balkende I was Zalm fractievoorzitter van de VVD en Hans Hoogervorst minister van Financien) ging men telkens uit van het behoedzame scenario. Behalve dat dit voorzichtig klinkt en van goed koopmanschap lijkt uit te gaan, betekent dit ook dat er meer ruimte wordt gecreeerd voor meevallers en dat er naar verhouding weinig tegenvallers zullen zijn gedurende een vierjaarsperiode van een kabinet.

Daarnaast levert het electoraal voordeel op: de minister van Financien kan zich presenteren als de man met de hand op de knip die de overheidsfinancien onder controle houdt. Daarnaast biedt de gecreeerde ruimte voor meevallers de mogelijkheid om in het laatste jaar van het kabinet leuke dingen te doen voor de kiezer. Met name de belastingherziening in 2001 (aan het einde van Paars) en de "feestbegroting" van afgelopen september voor 2007 zijn daar voorbeelden van.

Gevolgen van een realistisch scenario
De gevolgen van het aannemen van een realistisch scenario, zoals Balkenende IV doet, levert vooraf meer financiele ruimte op. Een verschil van 0,25% klinkt niet veel, maar vier jaar lang is dat 1% en op een economie van meer dan 500 miljard euro is dat toch 5 miljard meer BBP. Met een belastingdruk van ongeveer 50% (alle belasting bij elkaar, inclusief BTW) betekent dat toch al gauw dat er in 2011 2 miljard meer uitgegeven kan worden dan bij het behoedzame scenario.

Dit zorgt er dus voor dat er nu meer mooie plannen gemaakt kunnen worden, maar dat de kans op meevallers kleiner wordt. Er kan dan ook meer discussie plaats gaan vinden in het kabinet in het geval van tegenvallers, en het valt nog te bezien hoe zuinig Wouter Bos zal zijn als minister van Financien.

Echter, de begroting gaat ook uit van een overschot van 1% op de begroting (meer dan 5 miljard euro dus) in het laatste jaar van het kabinet. Dat lijkt ook verstandig, gezien de kosten van de vergrijzing. Het geeft echter wel een buffer, en aangezien het voorspellen van economische groei 1 jaar vooruit al moeilijk is, is het voor 4 jaar nog veel hachelijker.

Komt het goed?
Het verschil tussen het behoedzame en realistische scenario voor de economische groei is klein. Het valt zeker binnen de foutmarge voor dergelijke voorspellingen. Gezien de stand van de economie in 2007, met afnemende werkloosheid en goede groeivooruitzichten, kan het misschien nog wel meevallen.

Tevens heeft Bos vast van Zalm geleerd. Ondanks de feestjes in 2001 en 2006, heeft dit beide keren voor de VVD niet het gewenste resultaat gehad. In de opvolgende verkiezingen verloor de VVD telkens fors. Misschien een goede reden voor Bos en de PvdA om het dit keer op een ander scenario aan te laten komen.

Voorspelling (7 februari 2007):
De foutmarges in voorspellingen zijn zo groot dat het achteraf niet veel uitmaakt of er sprake zal zijn van 1,75% of 2% groei per jaar in de periode 2008-2012. Gezien de zorgen over de vergrijzing zal kabinet Balkenende IV in elk jaar van die periode in elk scenario (anders dan grote oorlogen of ineenstorting van de internationale handels- en rechtsorde) een overschot op de begroting laten zien.

PS. Gezien verhuizingen heeft u de afgelopen maanden het Financieel Weekblad moeten missen. Vanaf heden verschijnen er weer regelmatig artikelen.

vrijdag, september 22, 2006

Ernstig misbruik FES in 2007

Lange termijn investeringen gekort ten behoeve van electoraal gewin
Zoals reeds betoogd in het Financieel Weekblad van 13 juni 2006 is de opzet van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) niet goed. Het FES is opgezet om de aardgasbaten te gebruiken ten behoeve van de Nederlandse infrastructuur om daarmee positieve lange termijn effecten te bereiken voor de Nederlandse economie.
Echter, de begroting van 2007 betoont zich van een flagrante korte termijn visie, en misbruik van de FES gelden. De lastenverlichting van 2007 voor burgers en bedrijven komt namelijk niet uit structurele bezuinigingen of andere lange termijn maatregelen, maar wordt gefinancierd vanuit het FES.

Lagere bijdrage aan de EU
Het kabinet rechtvaardigt en financiert de lastenverlichting (die structureel van aard is) dankzij de lagere bijdrage die Nederland onderhandelt heeft bij de Europese Unie. Nederland is een nettobetaler aan de EU, maar vanaf 2008 is het nettobedrag dat van Nederland naar de EU gaat een stuk lager; ongeveer 1 miljard euro per jaar. Maar pas vanaf 2008. De lastenverlichting gaat echter al per 2007 in. De truc van minister Zalm: eenmalig gebruik maken van de gelden die naar het FES zouden gaan in 2007. Lange termijn investeringen worden opgeofferd voor korte termijn lastenverlichting.

Electoraal gewin is belangrijker dan investeren
Hieruit kan niet anders geconcludeerd worden dan dat het kabinet electoraal gewin belangrijker vindt dan een gezond financieel beleid en lange termijn investeringen. Immers, waarom zouden de lastenverlichtingen niet een jaar later kunnen worden ingevoerd? Dan is er tenmisnte financiele dekking voor vanwege de lagere bijdrage aan de EU. De enige reden waarom de lastenverlichting nu moet komen: de verkiezingen. Het kabinet wil de burger/kiezer een cadeautje geven, en doet dit door een deel van de aardgasbaten uit het FES te verkwanselen. De voorspelling van 13 juni 2006 komt nog eerder uit dan verwacht.

Misbruik van het Fonds Economische Structuurversterking voor korte termijn doelen wordt voorgesteld en dat zet een gevaarlijk precedent voor latere jaren. Zeker als er een nieuwe kabinet komt van een andere signatuur dan CDA/VVD, omdat deze partijen zowieso, als initiator van deze greep uit de FES kas, geen serieuze oppositie kunnen vormen tegen misbruik. Zij zijn er immers mee begonnen.

Voorspelling (22 september 2006)
Ten behoeve van electoraal gewin worden lange termijninvesteringen, tegen alle afspraken in, opgeofferd voor cadeautjes naar de kiezers. De coalitiepartijen zullen het misbruiken van de FES gelden goedkeuren om daarmee mooie sier te maken; de oppositie zal geen al te grote bezwaren maken, om te voorkomen dat hen aangewreven wordt dat zij de burgers geld uit de zakken willen houden.

woensdag, september 20, 2006

Begroting opnieuw pro-cyclisch

Begroting voor 2007 is optimistisch
Gisteren is door koningin Beatrix de troonrede voorgelezen. Opvallend in vergelijking met de voorgaande vijf jaren was de positieve ondertoon van de troonrede: er was vooral goed nieuws te melden. Zo heeft de begroting een verwacht overschot van 0,2% in 2007, zijn er geen bezuinigingen aangekondigd en komen er wel lastenverlichtingen en extra's voor werkenden, ouders en ouderen.

Gunstig gesternte
De begroting voor 2007 kon gemaakt worden onder een gunstig gesternte. Zowel voor 2006 als voor 2007 ziet de economische groei er prima uit (3% verwacht voor beide jaren) en dat biedt twee voordelen voor de overheidsbegroting: er komt meer geld binnen bij de belastingdienst en er zijn minder uitgaven voor bijstand en werkloosheidsuitkeringen. Tevens is de olieprijs hoog, en daarmee zijn de daaraan gekoppelde aardgasbaten dan ook erg hoog (in 2006 6 miljard euro meer dan begroot vorig jaar!) Zo'n extra inkomstenbron helpt natuurlijk bij het op orde krijgen van de rijksbegroting.

Dankzij of ondanks ingrepen van Balkenende I, II en III?
Het kabinet en de coalitie partijen claimen dat hun beleid de oorzaak is van de opgaande economie. De oppositie claimt dat Nederland, met een open economie (veel export en import), vooral profiteert van de opgang van de wereldeconomie en daar dankzij het kabinetsbeleid pas als laatste van profiteert. De waarheid zal in het midden liggen. Ingrepen in de sociale zekerheid hebben de overheidsfinancien geholpen en de economische cyclus in een open economie is slechts beperkt te beinvloeden door binnenlands beleid.

Pro cyclisch beleid
Een conclusie die wel getrokken kan worden, is dat de kabinetten Balkenende een pro-cyclisch beleid hebben gevoerd (evenals Paars daarvoor): in tijden dat het goed gaat (economische groei, veel banen, stijgende lonen), worden er ook nog lastenverlagingen gegeven en uitgaven verhoogd (2001, 2006, 2007); in slechte tijden (stijgende werkloosheid, gelijkblijvende lonen) wordt er hard bezuinigd en moeten de burgers inleveren (begin jaren negentig, de afgelopen 4 jaren). Daardoor hebben opeenvolgende kabinetten de cyclus, voor zover binnen hun bereik, versterkt: de dalen werden dieper (en duurden langer), de piek in 2000 en 2001 was hoog en de bomen groeien tot in de hemel.

Er zijn twee constanten over de afgelopen 12 jaar van financieel beleid bij de Rijksoverheid: de aanwezigheid van de VVD in de opeenvolgende 5 coalities; en voor het grootste deel de aanwezigheid van Gerrit Zalm als de minister van Financien (in Balkenende I was partijgenoot Hoogervorst minister van Financien).

Dus kan met recht worden gesteld dat Zalm, onder meer door zijn Zalmnorm voor het uitgavenplafond, altijd een pro-cyclisch beleid heeft gevoerd. Financieel onverstandig (juist nu zou de overheid moeten kijken naar bezuinigingen, want de burgers krijgen het door de groeiende economie toch al beter), maar misschien een gevolg van de politieke realiteit.

Gevolg van politieke realiteit
Immers, in tijden dat het goed gaat en er heel veel geld binnenkomt bij de overheid, is het moeilijk aan de bevolking uit te leggen dat er bezuinigd moet worden. Er is geld genoeg. En als het dan ook nog een verkiezingsjaar is, dan is het helemaal moeilijk om een verstandig financieel beleid te voeren. Samenvattend: Gerrit Zalm kan verweten worden dat hij een pro-cyclisch financieel beleid heeft gevoerd. Hij verdient wel het compliment dat hij over de jaren heen de overheidsbegroting, geholpen door meevallende aardgasbaten en de langstdurende periode van mondiale groei sinds de 2e wereldoorlog, op orde heeft gekregen. Echter, de maatschappelijke gevolgen, met name in het onderwijs en de zorg zijn merkbaar. Een excuus voor zijn pro-cyclische beleid is de politieke realiteit, maar een sterkere minister van Financien had daar meer weerstand aan moeten bieden. Dan was er in de slechte tijden meer te besteden geweest om noden te lenigen.

Voorspelling (20 september 2006)
Een sterke minister van Financien zou een anti-cyclisch beleid moeten voeren. Besparen als het goed gaat, en wat meer uitgeven in slechte tijden. Echter, de politieke realiteit maakt het moeilijk om te besparen als er veel geld binnen komt bij de overheid. Ongeacht de signatuur van het volgende kabinet zal blijken dat elke minister van Financien meer een politicus is dan een goed financieel manager: ook het komende kabinet zal een pro-cyclisch financieel beleid voeren.

donderdag, augustus 10, 2006

Nederlandse bevolking krimpt


Afname bevolking in tweede kwartaal 2006
Volgens het CBS is in de bevolking in Nederland in het tweede kwartaal van 2006 afgenomen met 400 mensen. Dit is voor het eerst sinds de tweede wereldoorlog dat de bevolking in Nederland afneemt. Het is echter het gevolg van een reeds langer durende trend waarbij de groei van de Nederlandse bevolking afneemt.

Deze eeuw elk jaar lagere bevolkingsgroei
Zoals blijkt uit bijgaande grafiek (de donkergroene curve) neemt de bevolkingsgroei elk jaar in deze eeuw af (er is dus minder groei). In het eerste halfjaar van 2006 was de groei nog maar 2000 mensen. Dit is een resultante van een dalende immigratie en een dalend aantal geboortes en van een stijgend aantal emigranten. Het sterftecijfer is redelijk stabiel.

Oorzaken
Er lijken 3 belangrijke oorzaken te zijn van de lage bevolkingsgroei:

  1. De slechte economische situatie in de afgelopen vier jaren zorgt er voor dat er minder kinderen worden geboren en dat er minder mensen naar Nederland willen komen. Immers, er zijn minder banen (dus minder immigratie) en de beurs van de burger is krap (kinderen kosten veel geld).
  2. Het strengere asielbeleid zorgt voor een daling in het aantal asielzoekers in Nederland en de negatieve sfeer rondom allochtonen in Nederland zorgt voor een grotere emigratie terug naar het moederland.
  3. De vergrijzing van een relatief welvarende groep 60-plussers en de goedkopere huizen in het buitenland zorgen voor emigratie van autochtonen naar respectievelijk Spanje en Frankrijk enerzijds en Duitsland en Belgie anderszijds.
Gevolgen
Er zijn meerdere gevolgen van een lage bevolkingsgroei en bevolkingsafname. Ten eerste verergert het de gevolgen van de vergrijzing, te meer omdat veel van de emigranten financieel wel van Nederland blijven profiteren (met name de grijze golf naar Spanje en Frankrijk die hier hun AOW en pensioen krijgen), maar hun geld in het buitenland uitgeven. Ten tweede beperkt het de economische groei van de Nederlandse economie als geheel: hoe meer bevolking, hoe groter het budget van de overheid en daarmee invloed in de wereld. Gelukkig heeft het weinig impact op de welvaart (gemeten als bruto nationaal product per hoofd van de bevolking) van de individuele Nederlander.

Er zijn ook positieve gevolgen. Als het aantal banen toeneemt, en er zijn evenveel mensen om het werk te doen, dan wordt de werkloosheid minder. Ook is Nederland een dichtbevolkt land en een dalende bevolking vermindert de druk op het gebruik van de schaarse grond. Dat is gunstig in het bestrijden van de files en het woningtekort.

Opvallende trends
Nogmaals kijkend naar de grafieken vallen ook een aantal trends op: in het tweede halfjaar zijn er meer geboortes en minder sterftes. Ook zijn er in het tweede halfjaar meer immigranten en minder emigranten (studenten die aan het einde van hun studie vertrekken en nieuwe studenten in augustus en september?)

Voorspelling (10 augustus 2006)
De daling van de bevolking in het tweede kwartaal van 2006 zal voorlopig een unieke gebeurtenis blijken. In het tweede halfjaar is er meer bevolkingsgroei dan in het eerste halfjaar, zodat de volgende kwartalen van 2006 groei van de bevolking zullen laten zien. Door de verbeterde economische omstandigheden in Nederland, zullen meer mensen naar Nederland willen komen en zullen er minder mensen vanwege economische redenen vertrekken. Tevens kunnen de geboortes daardoor ook weer toenemen, in lijn met het stijgende consumentenvertrouwen.

Op de lange termijn zal de bevolking echter wel gaan dalen. Door het lage geboortecijfer per vrouw (1,7 op dit moment) komen er minder kinderen bij dan dat er ouderen gaan sterven. Dit zal vanaf 2025 impact gaan hebben op de Nederlandse bevolking en leiden tot een langdurige daling van de bevolking in Nederland. Tenzij er een actief immigratiebeleid gevoerd gaat worden (zoals Canada doet), maar dat past niet bij het huidige politieke en maatschappelijke klimaat.

woensdag, augustus 09, 2006

AEX door de 1000 puntengrens!

Door een "magische" grens
Vandaag is de AEX index gesloten op 453,29 punten, en het hoogste punt vandaag was 454,31.
Nou en, zult u zeggen. Maar ruim negen jaar geleden was het een significante gebeurtenis. Op 7 augustus 1997 sloot de AEX index voor het eerst boven de 1000 punten http://nl.wikipedia.org/wiki/Amsterdam_Exchange_Index. En aangezien de index een gewogen gemiddelde is van de koersen van alle 25 aandelen in de index, en de koersen van die aandelen destijds in guldens waren, betekent dat een huidige stand van 453,78 punten voor de AEX index. Dus, we zijn vandaag even boven de 1000 punten in guldens geweest, en er net ondergesloten.

Uiteraard is dat eigenlijk helemaal geen heuglijk feit. Of het bereiken van een "mooi rond" getal nu echt belangrijk is, er is geen enkel financieel of economisch belang mee gemoeid.

Negen jaar van stilstand?
Wel zegt het iets over de ontwikkeling van de koersen op de beurzen. Iemand die op 7 augustus 1997 een mandje aandelen kocht gelijk aan de AEX index, en al die jaren de index is blijven volgen, heeft bar weinig verdiend. De koersen zijn netto niet gestegen en er is alleen dividend ontvangen. Nu zijn de dividendrendementen de afgelopen jaren aardig geweest (voor de banken en verzekeraars bijvoorbeeld 5% per jaar, veel meer dan een spaarrekening), maar ook hebben veel fondsen uit de index nooit dividend uitgekeerd, of slechts een klein percentage (Heineken en Versatel bijvoorbeeld).

Voor beleggers is er dus eigenlijk sprake geweest van een rendement op vermogen dat niet veel hoger is geweest dan 4%, tenminste: als de AEX gevolgd is.

Beleggen met gezond verstand
Het blijkt daarmee wel dat het niet eenvoudig is om snel geld te verdienen op de beurs, ook niet op de lange termijn (zoals de afgelopen negen jaar). Tevens laat het zien dat dividend (winstuitkering door het bedrijf) nog steeds belangrijk is voor beleggers en het dus ook belangrijk is dat bedrijven (ooit) winst maken. EBITDAE en dat soort termen zijn leuk voor bedrijven die geen beter verhaal hebben, maar uiteindelijk gaat het toch om de nettowinst per aandeel; en om het dividend dat daarmee betaald wordt.

Koers/winst verhouding
Toch is er wel iets af te dingen op "stilstand" in de koersen. In 1997 was er meer optimisme over de toekomst die ICT en "de nieuwe economie" ons zou brengen. Internet was voor bedrijven een nog onontgonnen wereld, zowel voor nieuwe als bestaande ondernemingen. Het optimisme was ongebreideld en zou nog 3 jaar aanhouden, waarna de "internetbubbel" barstte.
Of aandelen in het algemeen duur of goedkoop zijn, kan afgemeten worden aan de hand van een aantal kerngetallen. Om er drie te noemen: de verhouding vreemd/eigen vermogen, het gemiddelde rendement op eigen vermogen en de gemiddelde koers/winstverhouding.

Het eerste getal zegt iets over hoe de onderneming zichzelf gefinancierd heeft. Het eigen vermogen is ter beschikking gesteld door de aandeelhouders en vreemd vermogen is geleend van banken en beleggers. Als er veel geld geleend is, dan kiest de onderneming financieel gezien een risicovolle aanpak. Immers, de bezittingen van de onderneming zijn vooral door de bank gefinancierd, dus als het een beetje tegenzit, dan is het eigen vermogen snel op en kan het bedrijf failliet gaan.

Het tweede getal zegt iets over hoe de onderneming omgaat met het geld dat het van de aandeelhouders (het eigen vermogen) heeft gekregen. Als dit rendement op eigen vermogen hoog is, en er is sprake van gezonde verhouding tussen vreemd en eigen vermogen, dan wordt het geld van de aandeelhouders nuttig ingezet en wordt er dus goed geld verdiend voor de aandeelhouders.

De koers/winst verhouding geeft aan hoe beleggers aandelen waarderen. Als 2 verschillende ondernemingen 1 euro winst per aandeel maken, en het ene aandeel is 20 euro waard en het andere 10 euro, dan wordt het eerste bedrijf veel hoger gewaardeerd. Als de gemiddelde koers/winstverhouding nu lager is dan in 1997, dan worden bedrijven nu lager gewaardeerd.

Bedrijven staan er beter voor, maar worden lager gewaardeerd
Vergeleken met 1997 ziet de situatie er voor de bedrijven nu veel beter uit: de verhouding vreemd/eigen vermogen voor de bedrijven in de AEX is gunstiger dan in 1997 en het rendement op eigen vermogen is hoger. Echter, de gemiddelde koers/winst verhouding (nu ongeveer 10, in 1997 ongeveer 15) is veel lager dan in 1997. Misschien waren aandelen in 1997 ondergewaardeeerd (maar de aandelen stegen toen nog meer dan 50% in 3 jaar), misschien zijn aandelen nu ondergewaardeerd. Wie het laatste gelooft, moet nu aandelen kopen.

Voorspelling (9 augustus 2006):
Het voorspellen van aandelenkoersen is moeilijk, en het Financieel Weekblad waagt zich daar dan ook niet te sterk aan. Eén voorspelling durft het wel aan: over negen jaar staat de AEX index (als die nog bestaat) hoger dan vandaag. Het lijkt een weinig gewaagde voorspelling, maar kijkend naar de afgelopen negen jaar, toch niet geheel voor de hand liggend.

dinsdag, augustus 08, 2006

Pensioenbijdrage werkgever moet hoger bij defined contribution

Introductie
De meeste werknemers in Nederland hebben, naast hun salaris, een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde: een pensioentoezegging van de werkgever. Deze pensioentoezegging kan vindt meestal plaats volgens ofwel het "defined benefit" ofwel het "defined contribution" systeem. De meeste pensioenregelingen gaan momenteel uit van "defined benefit", maar er is een tendens naar "defined contribution". Deze overgang heeft consequenties voor bedrijven en werknemers, en kunnen positief en negatief uitvallen.

Defined benefit (DB)
De meeste pensioenfondsen, inclusief de grote jongens als ABP, PGGM en de meeste bedrijfspensioenfondsen, werken volgens het defined benefit systeem. Voor elk gewerkt jaar bouwt de medewerker een beetje extra pensioen op (bijvoorbeeld 2% van het in dat jaar verdiende salaris boven de AOW franchise) zodat er na 35 jaar (inclusief de AOW van de overheid) 70% van het laatst verdiende salaris resteert als pensioen.

Elk jaar stort de werkgever (en vaak ook de werknemer) de premie voor het pensioen naar het pensioenfonds, en het pensioenfonds belegt het geld om later de betalingen te kunnen doen aan de werknemer. Als er slecht belegd wordt, dan zal de werkgever geld bij moeten storten: immers, er is een toezegging gedaan van 70% van het laatst verdiende salaris en daarmee een "defined benefit" (vastgesteld genot) voor de werknemer. Het beleggingsrisico is voor de werkgever. In goede jaren hoeft de werkgever weinig te betalen, in slechte jaren zuivert de werkgever de tekorten aan.

Defined contribution (DC)
Bij defined contribution lijkt het pensioen meer op sparen: de werkgever (en vaak ook de werknemer) storten de premie in een potje voor de werknemer, en de werknemer laat het pensioenfonds beleggen volgens zijn eigen wensen. De jaarlijkse bijdrage van de werkgever licht vast en het beleggingsrisico is voor de werknemer: als hij goed laat beleggen, dan is er op de pensioendatum meer geld beschikbaar, bij een tegenvallend beleggingsresultaat is er minder geld voor een goed pensioen. Daarnaast is de hoogte van het pensioen afhankelijk van de rentestand op de pensioendatum. Er is een pot geld beschikbaar na alle jaren premie betalen en beleggen. Van die pot met geld kan een levenslange lijfrente, die maandelijks het pensioen uitkeert, worden aangekocht bij een verzekeraar (het pensioen). Als de rente op de pensioendatum laag is, dan is de maandelijkse uitkering lager dan wanneer de rente op de pensioendatum hoog is. Met defined contribution worden er dus 2 risico's van de werkgever naar de werknemer overgeheveld: het beleggingsrisico en de rentestand op pensioendatum.

Reden om te veranderen
Deze risico's zijn dan ook precies de reden waarom werkgevers willen veranderen van DB naar DC. Onder de nieuwe regels voor financiele verslaglegging (IFRS) moeten de financiele consequenties van deze risico's zichtbaar gemaakt worden op de balans, en dat heeft voor veel beursgenoteerde ondernemingen blijkbaar een ongewenst effect: het eigen vermogen van de onderneming neemt af. Door de risico's af te wentelen op de werknemers, zijn er geen consequenties meer voor de balans (geen extra voorzieningen) en ook geen toekomstige nadelige effecten als beleggingen of rentestanden tegenvallen.

Minder risico betekent meer premie
Minder risico betekent in de economie een lagere mogelijk rendement, of, in geval van verzekeringen (en pensioen is een verzekering), een hogere verzekeringspremie. De totale som die een werkgever bijdraagt aan een pensioenregeling zou in het geval van defined contribution dan ook hoger moeten zijn dan bij defined benefit. Echter, in de gevallen waar werkgevers zijn veranderd van DB naar DC is dat nog niet gebleken (bijvoorbeeld bij AKZO en DSM). In het algemeen streven werkgevers er naar om de bijdrage ten opzichte van de totale loonsom gelijk te houden. En dat is niet eerlijk. De werkgever loopt minder risico zonder daar extra voor te betalen. Vakbonden en vertegenwoordigers van werknemers in de pensioenfondsen zullen er op aan moeten dringen dat zij compensatie krijgen voor het extra risico dat de werknemer loopt.

Consequenties voor de werknemer
In een volgende uitgave van het Financieel Weekblad wordt teruggekomen op de specifieke consequenties voor de werknemer van het defined contribution systeem.

Voorspelling (8 augustus 2006):
Steeds meer bedrijven zullen de overstap gaan maken van defined benefit naar defined contribution, om daarmee financiele risico's te beperken. Eind 2010 zal meer dan de helft van de grote Nederlandse bedrijven (voor verificatie: neem de bedrijven in de AEX index in 2010) zijn overgegaan naar DC. Degenen die dat als eerste doen, kunnen profiteren van de relatieve onbekendheid van het fenomeen en zullen daardoor zonder extra kosten van hun pensioenrisico's afkomen. Echter, vanaf 2007 zullen werknemers en vakbonden eisen dat de premie die de werkgever afdraagt hoger wordt, alvorens zij accoord gaan met een overgang naar DC.